Bronst

Ongehoorde stilte, wind is slechts een zucht,

De opkomende zon verdringt het ochtendgloren.

Ik hou mijn pas in, ik spits mijn oren,

Is er al gerucht?

Ja! Het geluid komt uit de bosrand in de verte.

Ineens wordt mij een dansend gewei gewaar,

Even later zijn ook de hinden daar,

En altoos maar de oerklank van de herten!

Dit is waarop ik heb gewacht,

De bekroning van het komen:

Het liefdesspel van macht en kracht.

Maar als straks de lust gaat kwijnen

-gelijk eb en vloed-

Zal ook de bronst verdwijnen.

“Even later zijn ook de hinden daar”