Müritz Nationalpark

700 kilometer van Rotterdam ligt in de Duitse deelstaat Mecklenburg-Vorpommern het Müritz Nationalpark met een oppervlakte van 322 km2, waarvan 72% bos, 13% meren (ongeveer 100 in aantal), 8% moeras, 7% landbouw, heel dunbevolkt, met 450 km wandelpaden en 230 km fietspaden. Ten oosten van de Müritzsee, dat met 117 km2 het grootste meer van Noordoost-Duitsland is en niet tot het Nationalpark behoort. De herfstvakantiebestemming van mijn jongste dochter en mij.

Ter oriëntatie.

De vooraf door ons gestelde doelen waren om 1) de trek van de kraanvogels, 2) zeearenden en 3) grote trappen waar te nemen. En verder te genieten van alles wat verder nog in de natuur op onze weg zou komen. Wij verbleven in Federow, de meest noordelijk gelegen toegangspoort tot het park, waarvandaan wij op de eerste ochtend (maandag) onder deskundige leiding van een gids met een kleine groep deelnemers een presentatie kregen over visarenden, die op talloze plaatsen in het natuurpark broeden, maar nu -wij waren daar op voorbereid- al naar zuidelijker oorden waren vertrokken. De groep liep te voet naar de Rederangsee, waar wij vanuit de observatiehut met de gids 1 zeearend zagen, die op honderden meter afstand in het water belandde, omdat de vis die hij had gevangen zo zwaar was, dat hij deze niet uit het water kon tillen. Schijnt vaker voor te komen. Het zicht was slecht, heel nevelig en de waarnemingsafstand bedroeg 600 meter. Fotograferen was niet goed mogelijk. Wij hoorden een reebok blaffen en zagen een reegeit in het riet. Toen de groep met gids vertrok zijn wij nog even in de hut gebleven, en zagen 3 zeearenden, maar nog steeds op grote afstand.

Reegeit in winterkleed (witte schort) in riet.

Om 17.00 uur zijn we met 5 andere personen en de gids van die ochtend weer in dezelfde observatiehut teruggekeerd om de terugkeer van de kraanvogels uit de foerageergebieden naar de slaapplaatsen te aanschouwen. Kraanvogels overnachten staand in het water om te voorkomen dat vossen en andere predatoren hen kunnen belagen. Wij moesten donkere kleding dragen, absoluut stil zijn en met fotograferen de burst modus niet gebruiken. Op de observatiehut na (alleen voor onze groep toegankelijk) was het gehele gebied voor iedereen afgesloten. Stel je voor, bij een invallende schemering en een goudgele zonsondergang zonder enig geluid, dus in volstrekte stilte, wachten op 10 à 13 duizend kraanvogels (collega’s van onze gids deden die avond de telling) die met aanzwellend geluid trompetterend over en langs onze hut vliegen. Ondertussen waren de edelherten in het naastgelegen bos aan het burlen geslagen. Ter rechter zijde van de hut vertoonde zich kort even een twaalfender, die zich schielijk terugtrok toen hij toch onze aanwezigheid bemerkte. Twee kraanvogels positioneerden zich fotogeniek tussen hut en ondergaande zon, maar werden uiteindelijk door een voor onze hut plotseling opduikende zeearend opgeschrikt en verlieten luid krassend hun post. Dit schouwspel ligt voor eeuwig op ons netvlies.

Silhouet