Vreemde vogels

Wie kent niet –tot zijn verdriet-

De vermaledijde halsbandparkiet?

Deze gulzig schrokkende groene holenbroeder,

Met snerpende vlucht tegen de blauwe lucht

Is voor velen ronduit een loeder.

Wakker worden van Turkse tortels,

-rara waar liggen eigenlijk hun wortels?-

Met aanstellerig gedrag, altijd verliefd,

Antipool van onze nuchterheid,

Is het geen favoriet die ons gerieft.

Ik heb zeer zeker moeite met de nijlgans,

Agressief en obsessief heel wat mans;

Luidruchtig in ieder getij gedijt hij goed,

Want exoot en -niet noodzakelijkerwijs:- idioot

Loopt deze soort zomer en winter met gebroed.

Waarom omarmen wij trekvogels en dwaalgasten,

Is het omdat zij ons niet permanent belasten?

Vogelvluchtelingen van voorbijgaande aard

Zijn die ons dan daarom meer waard?

Wie het weet mag het zeggen.

Grutto